Schaven

Naast aftekengereedschap, zagen en beitels behoren ook schaven tot de veelgebruikte gereedschappen bij het houtbewerken. Er zij behoorlijk wat verschilleden soorten schaven op de markt te krijgen waardoor het moeilijk is om te bepalen welke schaven je nou nodig hebt in je werkplaats.
Welke schaaf je voor welke bewerking het beste kan gebruiken kan je op deze pagina terugvinden.

Blokschaaf

Het eerste voorbeeld van schaven die tijdens de cursus voorbij komen, is de blokschaaf om hout recht te maken. Voor echt grote panelen gebruik je de lange rij schaaf, die, zoals de naam al suggereert, een langer onderstuk heeft en meer weegt zodat je zelf minder kracht hoeft te zetten.

Kopshoutschaaf

kopshoutschaaf voor het schaven van kops houtEen kopshoutschaaf helpt je met hetzelfde aan de kopse kant van een stuk hout. Dat je hier een andere schaaf voor nodig hebt, heeft te maken met het nerf van het hout en een andere hoek van het mes van de schaaf.

Sponningschaaf

Met een sponningschaaf kan je een geul maken. Neem bijvoorbeeld een kist waar aan de achterkant een paneel in moet. De geul voor dit paneel maak je met een sponningschaaf.

Spookschaaf

Met een spookschaaf kan je een stuk hout hol schaven. spookschaaf voor het schaven van holle vormenStel je hierbij voor dat je een ski aan het maken bent en het omhoog lopende stuk aan het eind aan het bewerken bent.

Tip: let bij het schaven op de richting van het houtdraad. Schaaf altijd met de richting van het hout mee! Wanneer je tegen de draad in schaaft wordt het hout ruwer, dus dit voel je meteen.