De schoonheid van de halfhoutverbinding

25/10/14, 01:44
Het thuisfront imponeren met een ingewikkeld zelfgemaakt meubelstuk; meer mannen hebben die wens, denkt Andrew Groeneveld. Maar alles begint met stap 1: kennismaken met het hout.

Kortdurende cursussen voor mensen met diepgewortelde zelfbouwgevoelens zijn er volop. Een muurtje stuken in een ochtend, kaarsrecht stenen leren metselen voor de middagthee; het kan allemaal. Ook houtbewerken is populair, bij mannen én vrouwen. Complete beheersing van het materiaal, dat is de stille wens – niet het timmeren van een doordeweeks vogelhuisje.

Wie ooit een kast in elkaar heeft geschroefd met planken van de bouwmarkt, kent die bittere bijsmaak: dat was natuurlijk geen serieus timmermanswerk. Echte vaklieden doen het schroefloos, gebruiken lijm en klemmen, en spreken bij voorkeur over pengatverbindingen en zwaluwstaarten.

Meubelmaker Diederik de Jong is er zo één. In Haarlem runt hij een kleine werkplaats. Zijn cursisten zijn dertigers en veertigers, mannen en vrouwen, onder wie een bedrijfsjurist in de ICT, een salesmanager van een lokale bierbrouwerij en een projectleider van Tata Steel. In vijf avonden leert Diederik ze de belangrijkste basistechnieken. Daarvoor krijgen ze simpele stokjes van verschillende soorten hout en een beetje uitleg van de cursusleider. “Dit is beuken, dat is iep. Je gaat een raampje maken.”

Diederiks devies: niet te veel praten, gewoon doen. De opdracht is om de vier houtjes één geheel te laten vormen zonder schroeven. Als je die kunst onder de knie hebt, zegt hij, kent houtbewerking weinig geheimen meer. Beter gezegd: de doe-het-zelver begrijpt na de cursus pas goed welke wereld hij heeft betreden – en of zijn ambities als houtbewerker wel reëel zijn.

Ik begin met de halfhoutverbinding, volgens kenners de moeder aller verbindingen. Het is een eenvoudige vrijage van twee latjes, waaruit gespiegelde happen zijn genomen. Het komt erop aan de happen even groot te maken. Elke afwijking – al is het een halve millimeter – betekent prutswerk, zo wordt gewaarschuwd.

Voor de klus worden een aftekenpotlood, een winkelhaak, een schuifmaat, een paar beitels en zagen ter beschikking gesteld. Ook wordt een zogeheten kruishout aangereikt. Zo’n kruishout ziet er gek genoeg niet uit als een kruis en hoeft ook niet per se van hout te zijn. Toch is het verrekte handig om potloodlijntjes van een inkeping te voorzien, waardoor het beitelen straks een stuk makkelijker zou moeten gaan.

Een timmermansoog heb je niet zomaar. Meten is weten, zeggen doorgewinterde timmerlui dan ook. En dat blijkt. Mijn allereerste potloodstreepje staat meteen een centimeter te veel naar links en moet beschaamd worden uitgegumd. Wanneer alle streepjes uiteindelijk met de winkelhaak zijn afgetekend, begint het zagen.

De belangrijkste vraag die veel amateurs bezighoudt, wordt meteen beantwoord. Men zaagt niet óp het potloodstreepje, maar vlak ernaast, en wel op het stuk hout dat verwijderd moet worden. Het overtollige materiaal is prooi voor de beitel.

Basisregel 2: zagen doe je met beleid. Dus niet met een plank losjes op tafel. Eerst de boel goed vastzetten met een klem of bankschroef – stukje afvalhout ertussen om het latje te beschermen – en dan één kant tegelijk zagen: de zichtkant. Halverwege omdraaien voor de juiste lichaams-positie.

Het is een heel gedoe met al die streepjes, zaagsneden en hulphoutjes. Maar na een dik uur heeft het eerste latje een embryonale halfhoutvorm. Nu komt het erop aan het gezaagde hout met een beitel voorzichtig vlak en op maat te maken, zodat twee helften straks ‘zuigend’ een verbinding vormen.

De beitels zijn messcherp en vreten zich in handen van deze amateur gulzig de verkeerde kant op. Mooie grote krullen zijn niet de bedoeling. Kleine haaltjes, voelen aan het hout, dan weer kleine haaltjes, blijven oefenen met de grip op de beitel. En ondertussen alsmaar door de knieën om te zien of het potloodstreepje in zicht komt.
Op de tweede avond zijn twee gemankeerde halfhoutverbindingen klaar. Het beitelwerk was te diep en de potloodstreepjes stonden achteraf toch een halve millimeter te ver. Aan de cursist de keus: genoegen nemen een half gelukt raamwerk, of opnieuw beginnen. Het wordt het laatste. Diederik speelt de bal voortdurend terug. “Jij bepaalt hoe goed je wilt worden.”

Ik ben nog mijlenver weg van het gedroomde wandmeubel, maar ik begin het te snappen. Houtbewerken is een riskant avontuur, dat zeer zorgvuldig moet worden aangepakt. Meten, nadenken, nog eens meten, en weer goed nadenken. Elke handeling vraagt nauwkeurigheid. Wie onderweg verslapt of overmoedig wordt, richt onherstelbare schade aan en ontkomt niet aan lelijke compromissen.

Daar komt bij dat de ene houtsoort de andere niet is. Hoe zwaarder, hoe harder. En hout leeft, blijft leven. Vandaar dat het leven er eerst uitgewassen moet worden en hout alleen onder optimale klimaatcondities goed kan worden verwerkt. Ook wanneer het ongeduld toeslaat en de vraag zich aandient of een handige freesmachine of zaagbank geen uitkomst zou bieden. “Dan gelden dezelfde spelregels”, zegt Diederik geduldig.

Na vijf avonden is het raampje voltooid, compleet met halfhout- en slisverbinding. Met een beetje goede wil oogt het allemaal nog haaks ook. Een secretaire met laatjes is voorlopig een brug te ver, maar een pengatverbinding of een zwaluwstaart zou volgens hetzelfde principe te doen moeten zijn.

Reageren?

Is er iets wat u heel graag wilt leren of beschikt u juist over kennis die u met anderen wilt delen, wilt u ons dat dan vertellen? Dan maken wij een rubriek van vraag en aanbod. Mail ons op tijdpost@trouw.nl, maximaal 70 woorden. Met uw mailadres, zodat u elkaar zonder onze bemoeienis kunt vinden. Zet bij het onderwerp: vraag en aanbod.

Cursus

Haarlem: www.cursushoutbewerken.nl

Amsterdam: www.meubelmakerscursus.nl

Baarn: www.bequaam.nl

Ewijk: www.detimmer-kluscursus.nl

 

bron: Trouw – de verdieping